Alleen gewonde, verstrikte of ernstig zieke zeehonden worden nog direct opgevangen. Als het om een matig zieke zeehond of verlaten zeehondenpup gaat, wordt deze pas opgevangen na minimaal 24 uur observatie. Er komt een centraal meldpunt voor mensen die een zeehond in de problemen aantreffen. Speciaal daarvoor opgeleide zeehondenwachten gaan straks besluiten of opvang voor een zeehond nodig is. Dat is de kern van een nieuw zeehondenakkoord. Natuurorganisaties die samenwerken binnen de Coalitie Wadden Natuurlijk, waaronder de Waddenvereniging, steunen het akkoord.

 

Natuurlijke processen hebben de overhand

Het gaat goed met de populatie zeehonden die in onze kustwateren leven. In Nederland zijn er nu ongeveer 11.000 zeehonden. Ruim 90% daarvan leeft in de Waddenzee. Het grootste deel bestaat uit gewone zeehonden. Dat zijn er zo’n 8.500. Dan zijn er naar schatting zo’n 2.500 grijze zeehonden. In de hele internationale Waddenzee, dus inclusief het Duitse en Deense deel, leven meer dan 30.000 gewone zeehonden. Het lijkt erop dat het aantal zeehonden nu tegen de draagkracht van het gebied aan zit, want het aantal zeehonden is de laatste jaren redelijk stabiel. Er worden zeehondenpups geboren en er gaan ongeveer evenveel zeehonden weer dood. 

Natuurlijke omstandigheden, zoals de beschikbaarheid van voedsel (vis), stellen grenzen aan de groei van de populatie. En dat is wat we willen: een gebied waar natuurlijke processen de overhand hebben.

 

Jacht op zeehonden

Als je nu met een veerboot naar één van de Waddeneilanden vaart,  kun je vanaf het dek de zeehonden zien zwemmen of uitrusten op één van de wadplaten. Dat was eind vorige eeuw nog heel anders. In 1980 waren er nog maar krap 500 gewone zeehonden in heel Nederland. De grijze zeehond was zelfs helemaal verdwenen. De belangrijkste veroorzaker van die lage zeehondenstand was de jacht op zeehonden. De zeehond beschouwde men als schadelijk wild dat te veel vis opvrat. De vacht van zeehonden werd verkocht als bont en dat leverde in de vorige eeuw veel geld op. In Nederland kwam het verbod op de zeehondenjacht in 1962 net op tijd. Het dier was in de Waddenzee en de toen nog niet afgesloten zeearmen in Zeeland bijna uitgeroeid.

 

Waterkwaliteit

Het herstel duurde daarna nog een tijd. In buurlanden ging de jacht langer door. Zo mocht er in Denemarken nog tot 1970 gejaagd worden. Bovendien hadden de zeehonden enorm veel last van te hoge concentraties polychloorbifenylen (pcb’s) in het water. Dankzij de inspanningen van de opvangcentra en de acties van de milieubeweging, onder aanvoering van de Waddenvereniging, voor een schonere zee, nam vanaf de jaren tachtig het aantal zeehonden weer gestaag toe.

 

Gezonde en stabiele populatie

De grijze zeehond keerde in 1985 terug. Na een virusepidemie in 1988 - waarin veel dieren met een door de vervuiling verzwakt immuunsysteem doodgingen en alleen de sterkste en 'schoonste' dieren overbleven - ging het hard met de groei van de populatie. Een tweede virus in 2003 zorgde nog eenmaal voor een dip. De laatste jaren is er sprake van een gezonde en stabiele populatie.

 

Nieuwe aanpak

Het opvangen van zeehonden is daarom, anders dan voorheen, niet langer nodig om de populatie te behouden en te beschermen. Dat vraagt om een andere aanpak in de opvang van zeehonden. Vorig jaar verscheen er al een internationaal wetenschappelijk adviesrapport  voor de opvang van zeehonden. De commissie stelde voor ‘zeehonden hun natuurlijk leven te laten leiden. Geef ze tijd, ruimte en kansen, zodat natuurlijke processen bepalend zijn voor de populatiegrootte. Dat is tevens het beste voor het welzijn van de zeehonden.’ Dat advies is vertaald in het nieuwe akkoord dat de basis vormt voor een eenduidig handelingskader met alle betrokken partijen.

 

Terughoudende en professionele opvang

Zeehonden zijn wilde (roof)dieren die zich in een schone Waddenzee, met voldoende rust en ruimte om hun jongen te krijgen en te zogen, goed kunnen redden. Dat in een natuurlijke Waddenzee óók dieren ziek worden en sterven, hoort daarbij. Binnen het handelingskader van het ondertekende akkoord is onder ander geregeld dat getrainde zeehondenwachters zieke of verweesde zeehonden eerst observeren, in de meeste gevallen minstens 24 uur. Vervolgens besluiten zeehondencentra of het dier wordt opgevangen. Zo krijgen moederzeehonden langer de kans om verloren pups terug te vinden en is er meer tijd voor zieke dieren om in hun natuurlijke omgeving te herstellen.

 

Opvang bij menselijke oorzaak

Dieren die door menselijk toedoen ziek of gewond zijn, worden binnen het nieuwe akkoord altijd opgevangen en verzorgd. Denk aan een zeehond die verstrikt is geraakt in een visnet, door plastic of als gevolg van bijvoorbeeld een olieramp. Als er een natuurlijke oorzaak is, past het om de natuur zijn gang te laten gaan. Het akkoord draagt op deze wijze bij aan een meer natuurlijker ecosysteem.

 

Huilers de tijd geven

Ook jonge zeehonden, de huilers, worden zo veel mogelijk met rust gelaten. Uit onderzoek blijkt dat een zeehondenmoeder haar jong wel eens meer dan 18 uur alleen laat. Daarom is het belangrijk dat, wanneer je een huiler ergens op het strand vindt, de moeder minstens 24 uur de tijd krijgt om haar jong terug te vinden. Wanneer je een huiler of een gewonde zeehond vindt, dan kun je dat in de toekomst melden via één centraal meldpunt. Professionele zeehondenwachters beoordelen de situatie en beslissen of een zeehond opgevangen wordt.

 

Ondertekenaars

Ondertekenaars van het akkoord zijn minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), gedeputeerde Staghouwer (provincie Groningen) namens de kustprovincies, de zeehondencentra en vrijwilligersorganisaties en de gemeenten in het Waddengebied. Het ministerie van LNV en de kustprovincies stellen voor de komende vier jaar 1,2 miljoen euro beschikbaar voor het opleiden van zeehondenwachters, onderzoek en communicatie. Het Zeehondenakkoord is 3 juni tijdens een online-bijeenkomst ondertekend.

 

Steunverklaring

De gezamenlijke natuurorganisaties in het waddengebied, verenigd in de Coalitie Wadden Natuurlijk zijn geen partij binnen het akkoord zelf, maar hebben wel een steunverklaring afgegeven. Daarin verklaren de organisaties het akkoord te zien als een belangrijke stap in de goede richting en graag constructief te willen samenwerken met de ondertekende partijen in de uitvoering er van.

Eenzelfde verklaring is getekend door Staatsbosbeheer, Stichting Het Zeeuwse Landschap en Stichting Dierenlot.