Voorwoord.

Hypothermie of onderkoeling.

Deze pagina gaat over het herkennen van hypothermie, het gevaar van hypothermie, wat je wel en niet moet doen en niet onbelangrijk het trachten te voorkomen van hypothermie. Dit lijkt wat ver gezocht, maar voor kajakken op zee is dit een rieel gevaar.

Hypothermie (onderkoeling) en cold shock.

Normale lichaamstemperatuur ligt tussen de 36,6 en 37,4 ºC. Als de temperatuur lager wordt dan 35,5 ºC dan spreekt men van hypothermie (onderkoeling van het lichaam).

Acute hypothermie wordt veroorzaakt door koud water. In de Noordzee varieert de temperatuur van het water tussen de 2 en 6 ºC in de winter en tussen de 15 en 17 ºC in de zomer. Koud dus. De mens bewaart een flinke hoeveelheid energie, daardoor duurt het even, voordat er sprake is van onderkoeling. De eerste fase van onderdompeling is het ergst, dit noemen we cold shock.

Het lichaam reageert hierop met:

  • Naar lucht happen.
  • Verhoging van de bloeddruk.
  • Verhoging van de hartslag.
  • Verstoorde oriëntatie.

Het gevolg is het innemen van zeewater, water in de longen, (daardoor) een beschadigde bloedsomloop, slechter zwemmen door afnemende harmonie tussen zwemmen en ademhalen.

Temperatuur verlies is het grootst bij hoofd en nek, langszij de borst en oksels, in de liesstreek.

Zwemmen produceert warmte, maar daardoor is het lichaam veel meer blootgesteld aan het koude water en daardoor is het warmteverlies groter dan de warmte productie. Als het kan: watertrappen.

Er zij vier methoden die enige bescherming bieden tegen onderkoeling:

De BCS-positie; Best Change of Survival (de beste kans om te overleven). In deze positie rolt het slachtoffer op zijn rug; door zijn handen te bewegen kan hij de beste positie kiezen tegen zee en golven;

Het is zijn enige belang om warm te blijven. Zijn redding/zwemvest houdt hem drijvende.
Daarom; beweging verminderen;

De Help-houding; bij deze houding neemt het lichaam de ‘foetusstand’ aan. Daardoor worden juist die delen tegen afkoeling beschermd die het meeste warmte afgeven. De overlevingstijd wordt met deze houding met de factor twee vergroot.

De Huddle-houding; wordt gebruikt als meer mensen te water zijn geraakt. De overlevingstijd word met de factor twee tot vijf vergroot. Sla de armen rond de schouder van de andere persoon, vorm een cirkel elkaar aankijkend, blijf zo dicht mogelijk bij elkaar. Vul de binnencirkel op; verander niet van positie.

Wat te doen met een hypothermiepatiënt?

Eerst wat juist niet te doen:

  • niet warm wrijven,
  • geen warm water gebruiken,
  • de patiënt niet rechtop zetten,
  • geen medicijnen geven, n
  • iets te drinken geven,
  • geen alcohol geven,
  • geen hartreanimatie geven als er geen hart functie gevonden wordt.

Eerste hulp bestaat uit;

  • Leg de patiënt in een horizontale positie (benen hoger dan het hoofd),
  • Verwijder natte/koude kleding,
  • (als de patiënt erom vraagt) Geef warme drank met suiker.
  • Wikkel warmte dekens om de patiënt.
  • Beter nog is de patiënt in een TPA (Thermal Protective Aid (alufolie deken) te leggen.

Uittreksel uit STCW/STCW F veiligheidscursus visserij en kustvaart.

Hypothermie (onderkoeling) deel 2.

Onderkoeling of hypothermie ontstaat wanneer het normale verdedigingsmechanisme van het lichaam tegen de koude ontregeld raakt. De centrale lichaamstemperatuur daalt onder de 35 ºC waardoor er zich een aantal reacties in het lichaam voltrekt, wat potentieel levensbedreigend zou kunnen zijn.

Onderkoeling kan acuut of zeer geleidelijk (over meerdere uren of zelfs dagen) ontstaan. Om het fenomeen van hypothermie goed te begrijpen, kan men het lichaam voorstellen als een ui die uit verschillende lagen bestaat. De buitenste lagen (de huid) beschermen de kern tegen bruuske temperatuursschommelingen.

In de hersenen zit een fijn afgestelde thermostaat waardoor de kerntemperatuur binnen in het lichaam rond de 37 ºC schommelt. Stijgt de lichaamstemperatuur fors (bv. bij ziekte of intensief sporten), dan tracht het lichaam de overtollige warmte zo snel mogelijk af te voeren via een aantal mechanismen.

Daalt de lichaamstemperatuur, dan voert het lichaam door middel van onwillekeurige spiersamentrekking (beven) of de vrijzetting van hormonen (bv. adrenaline) de stofwisseling op. Hierdoor verbruikt men meer energie waarbij warmte vrijkomt.

Lichaamsbeweging is een andere manier om de warmte productie op peil te houden. (voordat men tijdens het kamperen in de slaapzak kruipt zorgt een korte wandeling ervoor dat men warm blijft in de nacht). Wanneer men sport wordt zowat driekwart van de energie omgezet in warmte.

Nochtans moet ook de sporter (kanovaarder) opletten voor onderkoeling of lokale koudeletsels. Vooral na het sporten en in een koude omgeving is het dus van belang zich onmiddellijk tegen afkoeling te beschermen.

Gevoelstemperatuur.

Niet alleen de buitentemperatuur speelt een rol, maar ook de gevoelstemperatuur. Deze wordt vooral bepaald door de windsnelheid, in vaktaal de wind-chill factor genoemd. Een lage buitentemperatuur, wind en winddoorlatende kledij kunnen het lichaam zo sterk afkoelen dat de geproduceerde warmte tijdens het sporten onvoldoende is.

tabel

De tabel is een realistische benadering.

Skiën bij een buitentemperatuur van -1 ºC en bij een windsnelheid (ten opzichte van het lichaam) van 4 Beaufort voelt aan als -15 ºC. Bij een buitentemperatuur van -12 ºC wordt dit reeds -32 ºC. Bij deze temperaturen komt men al in de gevaren zone voor vrieswonden en hypothermie. Maar ook bij langzamere sporten is een adequate bescherming tegen de kou en de wind een noodzaak.

Alarmsignalen.

De effecten van een onderkoeling zijn naargelang de ernst ervan meer of minder uitgesproken. De normale kerntemperatuur schommelt rond de 37ºC, maar op andere plaatsen b.v. de handen kan deze veel lager liggen. Hypothermie slaat echter alleen op de centrale lichaamstemperatuur die onder invloed van blootstelling aan koude daalt.

Fase 1: Afweerfase,

De kerntemperatuur van het lichaam daalt onder de 35 ºC.

Symptomen:

  • Koude, bleke huid.
  • Normaal bewustzijn, soms licht verward.
  • Rillen, klappertanden.
  • Pijnlijke gewaarwording in handen en voeten.
  • Onregelmatige hartslag.
  • Stijging van de bloeddruk.
  • Vertraagde ademhaling.

Fase 2: Uitputtingsfase,

De kerntemperatuur daalt verder en ligt tussen de 33 en 27 ºC.

Symptomen:

  • Verminderd bewustzijn, slaperigheid.
  • Verstijfde spieren (rillen en klappertanden stopt).
  • Pijn verdwijnt.
  • Trage, onregelmatige hartslag.
  • Oppervlakkige en onregelmatige ademhaling.

Fase 3: Verlammingsfase,

Symptomen:

  • Diepe bewusteloosheid.
  • Geen reflexen, algehele spierverslapping.
  • Geen pupilreactie.
  • Zeer zwakke hartslag.
  • Zeer trage ademhaling.

Voorzorgen;

Hypothermie kan in normale omstandigheden voorkomen worden door een aantal eenvoudige voorzorgsmaatregelen.

  • Luister altijd naar de weerberichten en houd rekening met de combinatie van de wind, buitentemperatuur (wind-chill) en de temperatuur van het buiten water.
  • Pas de uitrusting (vnl. kleding) aan de omstandigheden aan. Met winddichte en ademende kledij. Beter drie dunne laagjes kleding dan één dikke laag.
  • Vertrek nooit alleen onder extreme omstandigheden.
  • Vermijd overvloedig zweten door de intensiteit aan te passen.
  • Drink géén alcohol. De alcohol doet nog sneller de warmte verliezen en werkt verdovend. Licht benevelde personen voelen de koude minder snel en zijn daarom meer vatbaar voor onderkoeling.
  • .Pas de voeding aan. Neem altijd een energierijk voedselpakket mee tijdens lange tochten. (bv. energierepen, chocolade, enz.). Tijdens het verteringsproces komt er warmte vrij die de lichaamstemperatuur mee op peil houdt.

Hoe reageren?

Op de eerste plaats moet men verdere afkoeling vermijden door beschutting tegen de koude te zoeken. (kan met een tarp of de overlevingszak). Natte kleding wordt indien mogelijk verwisseld voor droge of minstens uitgewrongen en weer aan gedaan. Daarnaast moet vooral het hoofd en de nek goed warm gehouden worden. Een geleidelijke opwarming is nodig omdat het koude bloed zich slechts langzaam mag mengen met het warme bloed van de lichaamskern. Zo niet loopt men het risico op hartritmestoornissen. Is de toestand ernstig kan men desnoods met het eigen lichaam het slachtoffer trachten warm te houden totdat er hulp is gearriveerd.

De menselijke thermostaat.

Het menselijk lichaam wisselt op vier verschillende manieren warmte uit met de omgeving:

Geleiding, Warmte wordt afgestaan (opgenomen) door het aanraken van een kouder voorwerp. Deze vorm van warmte verlies speelt een belangrijke rol bij watersporten omdat water een zeer goede geleider is. In water van bv. 5 ºC kan men maximaal 55 minuten overleven, in water van 0 ºC nauwelijks 12 minuten. Ook bij andere sporten, bv skiën en schaatsen, is het belangrijk om na een (onge) val het lichaam zo goed mogelijk te isoleren van de koude ondergrond, zeker wanneer men niet onmiddellijk hulp kan inroepen en de persoon langere tijd geïmmobiliseerd moet blijven.

Convectie, Warmteafgifte door stroming van de lucht of van water langs de huid. Wanneer men zijn hand uit het raam van een rijdende auto steekt, dan merkt men onmiddellijk dat de koudere luchtlaag rond de hand voor afkoeling zorgt. Deze vorm van warmteafgifte is zeer belangrijk bij sporten in winderig weer of bij sporten waar men hoge snelheden behaalt. (Fietsen, schaatsen, skiën). De wind-chill index is op dit fenomeen gebaseerd.

Straling, De overdracht van warmte door straling aan de omgeving. De warmte van de zon wordt op die manier aangevoeld. Maar omgekeerd kan een onbedekt hoofd in een koude omgeving voor bijna de helft van het warmteverlies verantwoordelijk zijn.

Verdamping, Overdracht van warmte aan het lichaamsoppervlak (de huid) door verdamping van zweet. Tijdens sport is dit de voornaamste vorm van warmteafgifte. De ademende en vochtabsorberende eigenschap van sportkleding kan het comfort tijdens de inspanning in belangrijke mate verhogen. Ook via de ademhaling verliest men op deze wijze warmte (en vocht)